De invloed van het gezin van herkomst op de werkplek

1 Inleiding

Om de leesbaarheid te vergroten is het woord zij gebruikt waar ook hij kan worden ingevuld en is het woord therapeut gebruikt waar ook werker kan worden ingevuld.

Steeds vaker hoor ik verhalen van enthousiaste mensen die aan een nieuwe baan beginnen en na een bepaalde periode alleen nog maar af kunnen geven op diezelfde baan, die collega’s, of cliënten. Anderen geven alleen af op zichzelf, maar in alle gevallen zijn ze opgebrand, zien niets meer zitten en zijn ook niet in staat om nog goed te functioneren. Van enthousiastelingen lijken het depressievelingen te zijn geworden zonder dat ze precies kunnen aangeven wat er aan de hand is.

Toen ik zelf in een dergelijke situatie terecht kwam begreep ik ook niet zo goed wat er met me aan de hand was. Tot ik een keer het genogram van mijn gezin van herkomst bekeek en er ook eentje van de situatie op het werk maakte, om te kijken wat mijn positie daar was. Die twee genogrammen kon ik zo ongeveer over elkaar schuiven, zo leken ze op elkaar. Ik zag opeens dat ik me nog steeds gedroeg als het geparentificeerde kind van vroeger en daarmee op het werk een rekening presenteerde die daar niet te innen viel. Dat was voor mij de eyeopener die ik nodig had om inzicht te krijgen, de situatie te kunnen veranderen en me geen slachtoffer meer te voelen. Vooral dat ik de dialoog kon aangaan en daarmee in staat was actie te ondernemen was een verademing.

Ik ging lezen over stress op het werk en stuitte telkens op de term burnout en burnout syndroom. Niet alleen wordt de term steeds vaker gebruikt, maar ook telkens in verschillende situaties. Over de oorzaken en aanbevelingen om ervan af te komen zijn weliswaar veel boeken geschreven en onderzoeken gedaan, maar eigenlijk allemaal vanuit een maatschappelijk perspectief. Bedoeld om mensen weer zo snel mogelijk in het arbeidsproces te krijgen. Uiteraard zijn er veel oorzaken aan te wijzen die vanuit het werk zelf of de sociale omgeving komen, maar nergens worden de destructieve aanspraken die we allemaal met ons meedragen bij het burnout proces betrokken.

Nagy zegt hierover:

...Evenals andere mensen dragen contextueel therapeuten bedekte of openlijke elementen van destructief gerechtigde aanspraak met zich mee. ...Deze spanning kan ten grondslag liggen aan de ‘burn-out’ van therapeuten, die zo vaak voorkomt in instellingen van de geestelijke gezondheidszorg.

zie literatuurlijst

In dit werkstuk wil ik vanuit de contextuele benadering kijken naar burnout, om te zien of de inzichten van Professor Iwan Nagy iets toe kunnen voegen aan de behandeling of preventief gebruikt kunnen worden.

Om als een volwassen vrouw en therapeut op een plezierige wijze te functioneren is het voor mij zinvol geweest om m’n gezin van herkomst erbij te betrekken om m’n balans in beweging te krijgen. Ieder mens krijgt vanuit haar gezin van herkomst verschillende gedragingen en gewoontes mee. Dit gedrag zal van invloed zijn op de latere manier van werken, het omgaan met collega’s en de waarde die het werk voor iemand heeft. Wat was je rol in het gezin, gingen je ouders met plezier naar hun werk, vonden ze werken belangrijk, ontleenden ze er maatschappelijk aanzien aan, kreeg je erkenning voor je inzet enzovoort.

In het eerste deel heb ik het begrip parentificatie uitgewerkt. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat veel werkers in sociale beroepen geparentificeerd zijn. Dat ze in meer of mindere mate de ouderrol, de verantwoordelijkheid in het gezin op zich namen of op zich moesten nemen. Deze geparentificeerde kinderen hebben hun beroep gemaakt van iets wat ze goed kunnen en kennen, wat ze al jong geleerd hebben, namelijk zorgen voor anderen. Het vermogen te kunnen ontvangen van anderen is vaak minder sterk ontwikkeld tot onontwikkeld.

In het tweede deel wil ik het over het burnout syndroom hebben. Wat is dat nu precies, is het wat anders dan stress en overspannenheid of is het een ziekte van de tegenwoordige generatie. Is het iets dat iedereen kan overkomen en kun je er iets tegen doen, of voorkomen dat je het zult krijgen.

In het laatste deel heb ik deze twee begrippen in ieder geval in naam samengevoegd en wil ik kijken wat parentificatie en burnout met elkaar te maken hebben. Of ik met deze kennis vanuit de contextuele benadering aanbevelingen kan doen om de balans tussen geven en ontvangen weer in evenwicht te brengen zodat de dialoog weer op gang te kan komen.