De invloed van het gezin van herkomst op de werkplek

3 Burnout

‘Alle werkelijk leven
is ontmoeteing’
Martin Buber


3.1 De oorspong

De Amerikaanse psychiater H.J.Freudenberger gebruikte het begrip burnout-syndroom voor het eerst in 1974 voor patiënten die opgebrand waren. Hij gebruikte hierbij het engelse ‘to burnout’, wat ‘te kort schieten, afgemat of uitgeput zijn doordat er een buitensporig beroep gedaan wordt op energie, kracht of aanpassingsvermogen’ betekent.

Sindsdien is het woord op allerlei manieren gebruikt, wat een definitie of beschrijving niet eenvoudig maakt. Bovendien zijn de verschillende onderzoekers verdeeld of burnout een typische hulpverlenersziekte is of bij iedere bevolkingsgroep voorkomt. Ook is het niet altijd duidelijk wat symptomen van burnout zijn en welke symptomen juist het gevolg, een copingsmechanisme zijn. In het boek ‘Burnout’ staan een aantal beschrijvingen van onderzoekers die ik hieronder op een rijtje gezet heb.

 

3.2 Een overzicht

Gedistilleerd uit de boeken van de literatuurlijst en het voorgaande lijstje, aangevuld met eigen ervaringen en observaties heb ik de volgende beschrijving gemaakt.

Emotionele en fysieke uitputting en cynisme zijn de meest voorkomende symptomen bij burnout, ontstaan doordat iemand een lange tijd in een situatie gezeten heeft waaraan men met te hoge verwachtingen is begonnen. Pogingen de situatie te veranderen zijn keer op keer mislukt, de eigenwaarde daalt, waarna men gedesillusioneerd raakt en schuld- en insufficiëntie-gevoelens ontstaan. Het copingmechanisme werkt niet (goed) meer, waardoor situaties als hopeloos worden ervaren en men helemaal geen uitweg meer ziet. De frustratie kan zo hoog oplopen dat agressief gedrag, verminderde betrokkenheid, drank- en drugsgebruik en suïcidale gedachten ontstaan.

Chronische uitputting en extreme moeheid behoren ook tot de meest voorkomende burnout klachten. Mensen zijn leeggegeven. Het is een dynamisch proces waarbij er voortdurend meer energie verlangd wordt dan er wordt aangemaakt. Zodoende komt de energievooraad op een steeds lager peil. Een duidelijke metafoor is een accu die langzaam leegraakt omdat de dynamo niet genoeg energie meer kan leveren, terwijl je blijft starten en energie blijft vragen, op een gegeven moment komt er zelfs geen geluid meer uit de motor. Ook slapeloosheid, hoofdpijn, transpireren, spierspanningen, eetproblemen en seksuele problemen zijn veel genoemde klachten, hoewel dit ook algemene stressreacties zijn.

Op het werk zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit verminderen; eigenlijk vermindert de hele werkprestatie en houding. Door concentratieproblemen worden er meer fouten gemaakt, wat het geloof in de eigen capaciteiten en gevoelens van verminderde bekwaamheid nog verder uitholt.

Het projecteren van de eigen problemen op bijvoorbeeld cliënten is een veel gebruikte strategie om de situatie te hanteren. Een therapeut zal dan klagen dat zij alleen maar onhandelbare cliënten heeft. Hierbij kun je je afvragen of het een symptoom van of een copingmechanisme is om met burnout om te gaan is. Op het werk is een cynische en onverschillige houding, depersonalisatie, achteraf vaak het eerste herkenbare symptoom van burnout.


3.3 Stress, overspannenheid en burnout

Het is niet makkelijk aan te geven wanneer iemand last van stress heeft, overspannen is of een burnout syndroom heeft. Veel symptomen komen bij alledrie de aandoeningen voor. Mensen kunnen aangeven: ‘ik ben overspannen’ en daarmee bedoelen dat ze last hebben van stress. Een verschil tussen deze twee is dat het bij stress gaat om een tijdelijke belasting en overspannenheid chronischer is. Een kenmerk van burnout is dat het om een chronisch dysfunctioneren gaat en ook de mate van uitputting bij burnout groter is dan bij stress. Een duidelijk verschil met stress en overspannenheid is dat iemand met een burnout syndroom in eerste instantie heel goed functioneerde, iets dat bij stress en overspannenheid niet het geval hoeft te zijn. Hier is de uitspraak van Pines & Aronson ‘om te zijn opgebrand, moet men eerst in vuur en vlam hebben gestaan’ van toepassing.

Ik denk dat het een proces is. Na het doorlopen van een periode van stress en overspanning is de kans om terecht te komen in een burnout syndroom aanwezig. Hierbij zijn parentificatie, een gebrek aan hulpbronnen en een slechte werksituatie risico vergrotende factoren.

3.4 Maatschappelijke invloed

Door de individualisering in onze maatschappij worden er steeds meer sociale vaardigheden van iedereen gevraagd, terwijl men steeds minder terug kan vallen op vroegere zekerheden als familie en religie.

Hierdoor vallen er steeds meer mensen uit het vangnet van de maatschappij. De sociale sector wordt hier dubbel door getroffen, doordat aan de ene kant een groep therapeuten hier zelf slachtoffer van wordt, terwijl het aantal hulpvragen vanuit de maatschappij steeds groter wordt.

Een maatschappij die in het teken van de bezuinigingen staat. Er zijn niet veel organisaties of instellingen die daar nog niet mee te maken hebben gekregen. Eén van de gevolgen hiervan is case-load verzwaring, een ander zijn reorganisaties met alle veranderingen en onzekerheden van dien. Deze twee gevolgen worden beiden veelvuldig genoemd als belangrijke oorzaken van burnout omdat ze stress, chaos, gebrek aan regelmogelijkheden en vooral veel onzekerheden met zich meebrengen

In ideologische gemeenschappen, b.v. montessori scholen of godsdienstige instellingen levert het hebben van een gezamelijke ideologie een verminderd risico van burnout. Je staat met z’n allen voor dezelfde zaak, je steunt elkaar en voelt je verbonden.

Het aantal mensen dat om psychische redenen niet meer aan het arbeidsproces deelneemt groeit volgens onderzoekers ieder jaar. Daarbij zal het feit dat ‘psychische redenen’ niet meer direct als ‘gek’ betiteld worden en dus bespreekbaarder zijn dan een aantal jaar geleden zeker meetellen. Dit ziekteverzuim is de belangrijkste reden waarom men tot nu toe vooral vanuit maatschappelijke motieven gezocht naar praktische oplossingen om mensen weer zo snel mogelijk aan het werk te krijgen.

3.5 Professionele ethiek

Werkers in de sociale sector houden er een eigen beroepsethiek op na. Zo bestaat er voor maatschappelijk werkers ‘de code’ als leidraad. Maar mensen die dit beroep kiezen zijn vaak perfectionistisch en stellen hoge eisen aan zichzelf, waarvan sommige tijdens de opleiding tussen de regels door worden aangereikt en andere worden versterkt.

Deze mythen kunnen bijdragen aan onrealistische verwachtingen en daarmee een extra risico voor burnout vormen. De bekendste zijn de mythe van de competentie, van de autonomie, van de zelfontplooiing, van de collegialiteit en van de ideale cliënt.11 Er is een realistischer voorstelling van zaken nodig, zodat overspannen verwachtingen misschien een realistischer verwachting kunnen worden.

3.6 Aangeleerde hulpeloosheid

Iedereen streeft ernaar controle op de omgeving uit te oefenen en daardoor greep op het leven, autonomie en zelfstandigheid te krijgen. Loopt men tegen barrières en het gevoel onvoldoende greep op de situatie te hebben aan, dan veroorzaakt dit spanningen in de vorm van stressreacties.

Als dit vaak voorkomt, of voorgekomen is zoals bij parentificatie, kan er aangeleerde hulpeloosheid volgen: mensen die op grond van hun ervaringen het gevoel hebben dat ze geen invloed kunnen uitoefenen op de situatie waarin ze zich bevinden.

Deze aangeleerde hulpeloosheid komt vooral bij destructieve parentificatie veel voor en komt sterk overeen met dit symptoom bij het burnout-syndroom.

3.7 Burnout moeder

Ik heb behalve ‘werken met de problemen van anderen’ geen reden gevonden waarom alleen mensen in de hulpverlening burnout kunnen raken. De verantwoording voor andermans problemen zou op den duur te belastend werken.

Nu ben ik al één en twintig jaar moeder en heb het gevoel dat het ouderschap een levenslange verbintenis is met de verantwoording voor het welzijn van anderen. Als een gestoord functioneren en werken met ‘andermans sores’ criteria voor burnout zijn, kan een huisvrouw/man of moeder/vader die destructief geparentificeerd is en een groot deel van haar leven met zorgen voor anderen bezig is, ook een burnout syndroom krijgen. Je zou dan van een burnout moeder of een burnout syndroom in het huwelijk kunnen spreken. Sommige opgebrande vrouwen lijken inderdaad alle fysieke en emotionele symptomen en de burnout stadia doorlopen te hebben.

Iemand met een burnout syndroom functioneert niet goed, ook niet als verantwoordelijke ouder, zodat de kinderen van deze moeder geparentificeerd worden. Als zij in staat is de kinderen hiervoor erkenning te geven kan dat de onderlinge band verstevigen. Bovendien geeft zij de kinderen de kans op te groeien tot zorgzame volwassenen.

Voor mij betekent dit dat het niet alleen een maatschappelijk gebeuren, maar ook een sociaal syndroom is. In dat geval lijkt het de moeite waard om in de verschillende situaties van het leven en de hulpverlening de woorden mijn cliënten te vervangen door b.v, mijn kinderen, mijn man, mijn baas, mijn collega’s of mijn vrienden.